← alle berichten
24 augustus 2025 over mijzelf

De ruimte buiten en in mij

Ik dacht dat ik klaar was. Klaar met zorgen, klaar met waken bij een slapende ademhaling, klaar met het altijd eerst voor een ander denken. Mijn kinderen zijn groot. De zorg om hen is nooit verdwenen, maar is veranderd. Lichter misschien, of dieper – in ieder geval anders.

Maar het leven schoof verlies na verlies naar voren. Eerst mijn man, de vader van mijn kinderen. Vijftien jaar geleden alweer, maar soms nog zo dichtbij dat ik zijn stem meen te horen. Daarna mijn vader, die altijd zorgde voor de kritische blik, de discussies over politiek en het leven. Zijn stem mis ik als ik nadenk over richting en betekenis.

En toen mijn moeder. Zij dacht zelf dat ze de lijm was, het cement. En misschien had ze gelijk. Want met haar wegvallen bleken wij als familie niet meer dan losse eindjes. En al vóórdat ze stierf, verdween iets wezenlijks: door de dementie verloor zij haar moederrol, en langzaam draaiden de rollen om. Ik werd degene die moest zorgen, die moest dragen. Een stille verschuiving die tegelijk dichtbij bracht en afstand schiep.

En ik mis de poes die twintig jaar lang alles meemaakte. Ze zag alles, was er altijd. En diep vanbinnen wist ik: er zal pas ruimte en vrijheid komen voor een nieuwe metgezel, als zij in rust is heengegaan. Pas toen zij losliet, ontstond er plaats voor iets anders.

De dood schept leegte. Maar soms ook ruimte. Een ongewilde, pijnlijke, maar tóch open plek waar iets nieuws kan wortelen.

En ik. Het buitenmens. Het buiten, de uitzichten, fietsen, het strand en het bos brengen me tot traagheid. Ze laten me ademen, ze brengen me terug in het hier en nu. En eerlijk is eerlijk: ik ben gewoon een leuker mens als ik buiten mag zijn.

Een mens, ik dus en het punt om, na een werkzaam leven, een besluit te nemen over mijn toekomst. Van volledige leiding en verantwoordelijkheid als schoolleider, naar… naar iemand die binnen afzienbare tijd invulling mag gaan geven aan haar vrije tijd. Een nieuwe fase die tegelijk ruimte geeft en vragen oproept.

En toen kwam hij. Een kleine, zwarte pup met krullen. Hij kwam zomaar op ons pad. Zoals er soms dingen gebeuren die je niet van tevoren plant en die zó goed voelen, dat je er geen afstand van wilt nemen. Hij vraagt niets meer dan aandacht, aanwezigheid, zorg. En hij geeft iets terug dat ik niet durf te benoemen: richting.

Ik weet dat ik van een dier geen heling mag vragen. En toch gebeurt het. Niet omdat hij de gaten vult, maar omdat hij mijn blik verschuift. Van verleden naar heden. Van leegte naar beweging.

Zorgen houdt nooit op. Het verandert alleen van vorm. En het leven, hoe ongenadig ook, legt telkens weer iets nieuws op je pad. De dood schept ruimte. En de liefde vindt altijd een weg om die ruimte zachtjes te vullen.

Karin Scholte de Jonge